|
16. En zij zeide tot hen: Gaat op het gebergte, opdat niet misschien de vervolgers u ontmoeten, en verbergt u aldaar drie dagen, totdat de vervolgers wedergekeerd zullen zijn; en gaat daarna uw weg.
|
|
16. en zij zeide tot hen: Gaat naar het gebergte, opdat de achtervolgers u niet aantreffen en houdt u daar drie dagen schuil, totdat de achtervolgers teruggekeerd zijn; daarna kunt gij uws weegs gaan.
|
|
16. ‘Probeer in de bergen te komen,’ zei ze, ‘anders vinden de achtervolgers jullie. Houd je daar drie dagen schuil, totdat ze teruggekomen zijn. Ga daarna pas weg.’
|
|
16. Zij zegt tot hen:
naar het bergland moet ge gaan,
anders treffen de achtervolgers jullie aan;
houdt u daar schuil, drie dagen,
tot de terugkeer van de achtervolgers;
daarna kunt ge uws weegs gaan!
|