|
19. Ik weet uw werken, en liefde, en dienst, en geloof, en uw lijdzaamheid, en uw werken, en dat de laatste meer zijn dan de eerste.
|
|
19. Ik weet uw werken en liefde, en geloof en dienstbetoon, en uw volharding en uw laatste werken, die meer zijn dan de eerste.
|
|
19. Ik weet wat u doet, hoe liefdevol, gelovig, hulpvaardig en standvastig u bent; u doet nu zelfs meer dan vroeger.
|
|
19. ik ken je werken,
je liefde en geloof en dienstbetoon,
en je volharding,
en dat je laatste werken méér zijn
dan de eerste;
|