|
Statenvertaling
|
|
Bijbelvertaling 1951
|
|
Nieuwe Bijbelvertaling
|
|
Naardense Bijbel
|
|
1. Dit nu is de zegen, met welken Mozes, de man Gods, de kinderen Israels gezegend heeft, voor zijn dood.
|
|
1. Dit is de zegen, waarmede Mozes, de man Gods, de Israëlieten vóór zijn sterven gezegend heeft.
|
|
1. Dit is de zegen die Mozes, de godsman, uitsprak over de stammen van Israël, voor hij stierf.
|
|
1. Dit is de zegen
waarmee Mozes, de man Gods,
de zonen Israëls heeft gezegend
in het aanschijn van zijn dood.
|
Kijk hier voor de volledige tekst van 'Deuteronomium 33' in de Statenvertaling, Vertaling van 1951 en Nieuwe Bijbelvertaling. De volledige tekst van dit hoofdstuk in de Naardense Bijbelvertaling vindt u hier.
|
Kanttekeningen bij de statenvertaling
zegen,
Zie Gen. 27.
man Gods,
Dat is, de profeet, sprekende door ingeven des Heiligen Geestes, 2 Petr. 1:21. Zie wijders van dezen titel Richt. 13:6.
|
Deuteronomium
1,
2,
3,
4,
5,
6,
7,
8,
9,
10,
11,
12,
13,
14,
15,
16,
17,
18,
19,
20,
21,
22,
23,
24,
25,
26,
27,
28,
29,
30,
31,
32,
33,
34
Inleiding NBV op 'Deuteronomium'
De titel van het boek Deuteronomium is afgeleid van het Griekse woord deuteronomion, dat ‘tweede wet’ betekent. Het gaat om wetten die bekend zijn uit...
|
|