Home Concordantie Bijbelboeken Thema's Artikelen Personen Groeperingen Zoeken
Tekstgedeelte : 1 Korinthiërs 14:1-40
De gave der profetie en der talen
1 Korinthiërs 14:37
Statenvertaling
 
Bijbelvertaling 1951
 
Nieuwe Bijbelvertaling
 
Naardense Bijbel
37.  Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijke, die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, des Heeren geboden zijn.
 
37. Indien iemand meent een profeet of geestelijk mens te zijn, laat hij dan wèl weten, dat hetgeen ik u schrijf, een gebod des Heren is.
 
37. Wie van u denkt te kunnen profeteren of in het bezit van de Geest te zijn, dient te erkennen dat wat ik u schrijf een bevel van de Heer is.
 
Kijk hier voor de volledige tekst van '1 Korinthiërs 14' in de Statenvertaling, Vertaling van 1951 en Nieuwe Bijbelvertaling. De volledige tekst van dit hoofdstuk in de Naardense Bijbelvertaling vindt u hier.
Kanttekeningen bij de statenvertaling
meent een profeet te zijn,
Dat is, met de gave van profeteren begaafd is inderdaad, of zulks zich laat voorstaan, en voor zodanig zich uitgeeft.
des Heeren geboden zijn.
Namelijk Jezus Christus, die als onze Heere macht heeft om ons te gebieden, en wij, Zijne dienstknechten, schuldig zijn te gehoorzamen.
 
1 Korinthiërs
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16
Inleiding NBV op '1 Korintiërs'
Paulus schreef de eerste brief aan de gemeente in Korinte vanuit Efeze, vermoedelijk in het voorjaar van het jaar 55. Korinte was een welvarende...