|
38. En ziet, een man van de schare riep uit, zeggende: Meester, ik bid U, zie toch mijn zoon aan; want hij is mij een eniggeborene.
|
|
38. En zie, een man uit de schare riep, zeggende: Meester, ik smeek U naar mijn zoon om te zien, want hij is mijn enige,
|
|
38. Opeens begon een man in de menigte luid te roepen: ‘Meester, ik smeek u, help mijn zoon, want hij is mijn enige kind.
|
|
38. En zie, een man uit de schare roept
en zegt: leermeester, ik smeek je
een blik te werpen op mijn zoon;
want hij is eniggeborene!,
|