Home Concordantie Bijbelboeken Thema's Artikelen Personen Groeperingen Zoeken
Tekstgedeelte : Leviticus 3:1-17
Wetten voor het dankoffer
Leviticus 3:11
Statenvertaling
 
Bijbelvertaling 1951
 
Nieuwe Bijbelvertaling
 
Naardense Bijbel
11.  En de priester zal dat aansteken op het altaar; het is een spijs des vuuroffers den HEERE.
 
11. En de priester zal het in rook doen opgaan op het altaar, als een spijs ten vuuroffer voor de HERE.
 
11. De priester doet dit alles op het altaar in rook opgaan, als voedsel en offergave voor de HEER.
 
11. In rook doen opgaan zal de priester dat op het altaar; als brood, als vuuroffer voor de Ene! •
Kijk hier voor de volledige tekst van 'Leviticus 3' in de Statenvertaling, Vertaling van 1951 en Nieuwe Bijbelvertaling. De volledige tekst van dit hoofdstuk in de Naardense Bijbelvertaling vindt u hier.
Kanttekeningen bij de statenvertaling
spijs
Hebreeuws, brood.
des vuuroffers den HEERE.
Versta, het vlees der offeranden, wat door het vuur, God ter eer, verteerd moest worden, gelijk het brood of de spijs door de mond des mensen: of wat van de offeranden den priesters toekwam, om door hen gegeten te worden. Zie de plaatsen recht te voren aangetekend.
 
Leviticus
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27
Inleiding NBV op 'Leviticus'
Het boek Leviticus dankt zijn naam aan de Septuaginta, de oudste Griekse bijbelvertaling. Het woord leviticus betekent ‘het Levitische (boek)’, een...