|
Statenvertaling
|
|
Bijbelvertaling 1951
|
|
Nieuwe Bijbelvertaling
|
|
Naardense Bijbel
|
|
11. Wanneer dan nog de priester een ziel met zijn geld zal gekocht hebben, die zal daarvan eten; en de ingeborene van zijn huis, die zullen van zijn spijze eten.
|
|
11. Maar wanneer de priester iemand als eigendom koopt met zijn geld, mag deze daarvan eten, ook zij, die in zijn huis geboren werden, mogen van zijn spijs eten.
|
|
11. Maar wanneer een priester iemand als slaaf heeft gekocht, mag die er wel van eten. Ook allen die in zijn huishouden geboren zijn, mogen van het priestervoedsel eten.
|
|
11. Maar een priester, stel hij
verwerft met zijn geld
een levende ziel in eigendom,
díe eet er wél van mee,
en wat er allemaal in zijn huis geboren wordt,
die eten mee van zijn brood.
|
Kijk hier voor de volledige tekst van 'Leviticus 22' in de Statenvertaling, Vertaling van 1951 en Nieuwe Bijbelvertaling. De volledige tekst van dit hoofdstuk in de Naardense Bijbelvertaling vindt u hier.
|
|
Leviticus
1,
2,
3,
4,
5,
6,
7,
8,
9,
10,
11,
12,
13,
14,
15,
16,
17,
18,
19,
20,
21,
22,
23,
24,
25,
26,
27
Inleiding NBV op 'Leviticus'
Het boek Leviticus dankt zijn naam aan de Septuaginta, de oudste Griekse bijbelvertaling. Het woord leviticus betekent ‘het Levitische (boek)’, een...
|
|