Home Concordantie Bijbelboeken Thema's Artikelen Personen Groeperingen Zoeken
Tekstgedeelte : Exodus 8:1-15
Tweede plaag. De vorsen
Exodus 8:1
Statenvertaling
 
Bijbelvertaling 1951
 
Nieuwe Bijbelvertaling
 
Naardense Bijbel
1.  Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.
 
1. Daarna zeide de HERE tot Mozes: Ga tot Farao en zeg tot hem: zó zegt de HERE: laat mijn volk gaan, om Mij te dienen;
 
1. Toen zei de HEER tegen Mozes: ‘Zeg tegen Aäron dat hij zijn staf geheven houdt boven de rivieren, kanalen en moerassen om overal in Egypte kikkers te voorschijn te laten komen.’
 
1. Dan zegt de Ene tot Mozes: zeg tot Aäron: strek je hand uit, met je staf, over de rivieren, over de stromen en over de moerassen, en laat over het land van Egypte de kikvorsen opklimmen!
Kijk hier voor de volledige tekst van 'Exodus 8' in de Statenvertaling, Vertaling van 1951 en Nieuwe Bijbelvertaling. De volledige tekst van dit hoofdstuk in de Naardense Bijbelvertaling vindt u hier.
 
Exodus
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40
Inleiding NBV op 'Exodus'
Het boek Exodus dankt zijn naam aan de Septuaginta, de oudste Griekse bijbelvertaling. Het woord exodus betekent ‘uittocht’. De titel in de Hebreeuwse...