|
Kanttekeningen bij de statenvertaling
Ik vreze mijn heer,
Hij geeft hier te kennen dat hij Daniël en zijnen metgezellen wel zou toelaten hetgeen zij van hem begeerden, tenware dat hij gevreesd had in gevaar van zijn leven te komen, indien de koning gemerkt had dat hunne gestalte ware vervallen, en dat hij de oorzaak daarvan zou onderzocht hebben.
want waarom zou hij ulieder aangezichten droeviger zien,
Alsof hij zeide: Waarom zou ik de oorzaak daarvan zijn, dat de koning zou zien dat uwe aangezichten droeviger, jammerlijker, mismaakter, ontstelder, magerder of treuriger zouden zijn? Vergelijk Gen. 40:6, en de aantekening aldaar.
die in gelijkheid met ulieden zijn?
Te weten van drie jaren, dat is, die ook, gelijk gijlieden, drie jaren lang aldus moeten opgeleid worden. Anderen verstaan het aldus: Die ulieden in ouderdom gelijk zijn. Hebreeuws, naar uwe gelijkheid, of naar uwe blijdschap, hetwelk zou zijn, die blijde van gelaat zijn, gelijk gij nu zijt en niet droevig.
Alzo zoudt gij
De zin is: Dusdoende zoudt gijlieden maken dat ik van den koning aan het leven zou gestraft worden; anders, wil hij zeggen, zou ik gaarne ulieden uwe begeerte toelaten.
mijn hoofd bij den koning
Dat is, mijn leven.
schuldig maken.
Hebreeuws, verschulden; dat is, mijn leven in gevaar brengen.
|
Daniël
1,
2,
3,
4,
5,
6,
7,
8,
9,
10,
11,
12
Inleiding NBV op 'Daniël'
Het boek Daniël ontleent zijn naam aan de hoofdpersoon, Daniël. Mogelijk gaat deze naam terug op een overlevering die in Ezechiël 14:14 en 20 als...
|