|
Statenvertaling
|
|
Bijbelvertaling 1951
|
|
Nieuwe Bijbelvertaling
|
|
Naardense Bijbel
|
|
36. Haar kamertjes, haar posten en haar voorhuizen; ook had zij vensteren rondom henen; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen.
|
|
36. haar kamers, haar muurvlakken en haar voorhal; zij had vensters aan alle zijden; zij was vijftig el lang en vijfentwintig el breed;
|
|
36. Ook waren er wachtvertrekken, muurpijlers, een voorhal en vensters rondom. De poort was 50 el lang en 25 el breed.
|
|
36. van zijn wachthokken, zijn steunberen
en zijn voorhal;
er zitten vensters in rondom in het rond;
de lengte is vijftig el
en de breedte
vijfentwintig el.
|
Kijk hier voor de volledige tekst van 'Ezechiël 40' in de Statenvertaling, Vertaling van 1951 en Nieuwe Bijbelvertaling. De volledige tekst van dit hoofdstuk in de Naardense Bijbelvertaling vindt u hier.
|
|
Ezechiël
1,
2,
3,
4,
5,
6,
7,
8,
9,
10,
11,
12,
13,
14,
15,
16,
17,
18,
19,
20,
21,
22,
23,
24,
25,
26,
27,
28,
29,
30,
31,
32,
33,
34,
35,
36,
37,
38,
39,
40,
41,
42,
43,
44,
45,
46,
47,
48
Inleiding NBV op 'Ezechiël'
Het boek Ezechiël is genoemd naar een profeet van priesterlijke afkomst die volgens dateringen in de tekst (1:2 en 29:17) in de jaren 593-571 v.Chr....
|
|