Home Concordantie Bijbelboeken Thema's Artikelen Personen Groeperingen Zoeken
Tekstgedeelte : Jeremia 29:24-32
Profetie over Semája
Jeremia 29:32
Statenvertaling
 
Bijbelvertaling 1951
 
Nieuwe Bijbelvertaling
 
Naardense Bijbel
32.  Daarom zegt de HEERE alzo: Ziet, Ik zal bezoeking doen over Semaja, den Nechelamiet, en over zijn zaad; hij zal niemand hebben, die in het midden dezes volks wone, en zal het goede niet zien, dat Ik Mijn volke doen zal, spreekt de HEERE; want hij heeft een afval gesproken tegen den HEERE.
 
32. daarom zo zegt de HERE: Zie Ik doe bezoeking aan Semaja, de Nechelamiet, en zijn nageslacht; van de zijnen zal niemand onder dit volk wonen en hij zal het heil niet zien, dat Ik mijn volk breng, luidt het woord des HEREN, omdat hij afval van de HERE gepredikt heeft.
 
32. Daarom – dit zegt de HEER: Ik zal hem en zijn nageslacht straffen. Ze zullen onder dit volk ophouden te bestaan, ze zullen de voorspoed die ik mijn volk zal brengen niet meemaken – spreekt de HEER. Want hij heeft het volk tegen mij opgezet.’
 
Kijk hier voor de volledige tekst van 'Jeremia 29' in de Statenvertaling, Vertaling van 1951 en Nieuwe Bijbelvertaling. De volledige tekst van dit hoofdstuk in de Naardense Bijbelvertaling vindt u hier.
Kanttekeningen bij de statenvertaling
bezoeking doen over Semaja,
Door straf. Zie Gen. 21:1.
zien,
Dat is, niet bevelen en genieten. Zie Job 7:7.
afval gesproken tegen den HEERE.
Zie boven Jer. 28:16.
 
Jeremia
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52
Inleiding NBV op 'Jeremia'
Het boek Jeremia ontleent zijn naam aan een profeet uit Juda die in de tweede helft van de zevende en het begin van de zesde eeuw v.Chr. gedurende...