|
Statenvertaling
|
|
Bijbelvertaling 1951
|
|
Nieuwe Bijbelvertaling
|
|
Naardense Bijbel
|
|
11. En nu zijt gij vervloekt van den aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan, om uws broeders bloed van uw hand te ontvangen.
|
|
11. En nu, vervloekt zijt gij, ver van de bodem, die zijn mond heeft opengesperd om het bloed van uw broeder van uw hand te ontvangen.
|
|
11. Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt.
|
|
11. nu dan, vervloekt jij,
weg van de bloedrode grond
die haar mond moest
opensperren
om het bloed van je broeder op te nemen
uit jouw hand;
|
Kijk hier voor de volledige tekst van 'Genesis 4' in de Statenvertaling, Vertaling van 1951 en Nieuwe Bijbelvertaling. De volledige tekst van dit hoofdstuk in de Naardense Bijbelvertaling vindt u hier.
|
Kanttekeningen bij de statenvertaling
van den aardbodem,
Of, van wege. Zie hoofdstuk Gen. 5:29; alsof Hij zeggen wilde: De aarde, die geschapen was tot uw zegen en dienst, zal tegen u dezen vloek tot wraak uitvoeren, u niet gevende de vruchten, die zij u anders zou gegeven hebben, zoals vs. 12 gezegd wordt.
|
Genesis
1,
2,
3,
4,
5,
6,
7,
8,
9,
10,
11,
12,
13,
14,
15,
16,
17,
18,
19,
20,
21,
22,
23,
24,
25,
26,
27,
28,
29,
30,
31,
32,
33,
34,
35,
36,
37,
38,
39,
40,
41,
42,
43,
44,
45,
46,
47,
48,
49,
50
Inleiding NBV op 'Genesis'
Het boek Genesis dankt zijn naam aan de Septuaginta, de oudste Griekse bijbelvertaling. Het Griekse woord genesis betekent ‘ontstaan’, ‘oorsprong’,...
|
|