|
Statenvertaling
|
|
Bijbelvertaling 1951
|
|
Nieuwe Bijbelvertaling
|
|
Naardense Bijbel
|
|
2. En hij zeide: Ziet nu, mijne heren! keert toch in ten huize van uw knecht, en vernacht, en wast uw voeten; en gij zult vroeg opstaan, en gaan uws weegs. En zij zeiden: Neen, maar wij zullen op de straat vernachten.
|
|
2. en zeide: Zie toch, mijne heren, neemt toch uw intrek in het huis van uw knecht, overnacht en wast uw voeten, dan kunt gij morgenvroeg uws weegs gaan. Maar zij zeiden: Neen, wij zullen de nacht op het plein doorbrengen.
|
|
2. ‘Heren,’ zei hij, ‘komt u toch mee. Het huis van uw dienaar staat voor u open; overnacht daar en was er uw voeten. Dan kunt u morgenvroeg uw weg vervolgen.’ ‘Nee, dank u,’ antwoordden ze, ‘we overnachten wel op het plein.’
|
|
2. Hij zegt: ziehier, heren over mij:
wilt toch de omweg maken
naar het huis van uw dienaar,
overnacht, baadt uw voeten,
dan kunt ge zo vroeg als ge wilt
weer uw weg gaan!
Maar zij zeggen: nee,
op het plein willen we overnachten!
|
Kijk hier voor de volledige tekst van 'Genesis 19' in de Statenvertaling, Vertaling van 1951 en Nieuwe Bijbelvertaling. De volledige tekst van dit hoofdstuk in de Naardense Bijbelvertaling vindt u hier.
|
Kanttekeningen bij de statenvertaling
van uw
Dat is, in mijn huis.
op de straat
Wel verstaande, ten ware Lot met hard aanhouden hen bewoog om bij hem te vernachten, gelijk geschied is. Verg. Luk. 24:28,29.
|
Genesis
1,
2,
3,
4,
5,
6,
7,
8,
9,
10,
11,
12,
13,
14,
15,
16,
17,
18,
19,
20,
21,
22,
23,
24,
25,
26,
27,
28,
29,
30,
31,
32,
33,
34,
35,
36,
37,
38,
39,
40,
41,
42,
43,
44,
45,
46,
47,
48,
49,
50
Inleiding NBV op 'Genesis'
Het boek Genesis dankt zijn naam aan de Septuaginta, de oudste Griekse bijbelvertaling. Het Griekse woord genesis betekent ‘ontstaan’, ‘oorsprong’,...
|
|